Het zal je eigen kind maar zijn

Het is je vast niet ontgaan dat de afgelopen tijd regelmatig in het nieuws kwam dat Nederlandse Jihadisten zijn uitgereisd naar het strijdgebied in Syrië en Irak. Uit cijfers van dreigingsbeeld van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) blijkt dat er tot 1 augustus 2015 ongeveer 210 mensen zijn vertrokken uit Nederland.

Tijdens mijn werkzaamheden bij de politie ben ik een aantal keer op bezoek geweest bij families van jonge mannen die zijn uitgereisd naar Syrië of Irak. Deze bezoeken waren anders dan ik mij van tevoren had voorgesteld en hebben een grote indruk op mij achtergelaten.

Mijn verwachtingen bleken niet te kloppen

Ik verwachtte dat ik terecht zou komen bij geradicaliseerde families. De vrouwen zag ik voor mij in een niqaab, de mannen in een djellaba. Maar mijn verwachtingen bleken niet te kloppen. Ik kwam thuis bij gematigde moslimfamilies. De vader des huizes sprak goed Nederlands en schudde mijn hand. De vrouwen droegen meestal een hoofddoek en gaven mijn (mannelijke) collega ook een hand.

Een bezoek aan de familie van de uitgereisde heeft als doel informatie te verkrijgen over deze persoon. Op die manier hopen we meer aanknopingspunten te krijgen voor verder onderzoek. Ouders van uitgereisde kinderen snakken logischerwijs naar (nieuwe) informatie over hun kind maar helaas konden wij hen dit meestal niet bieden.

Tijdens de bezoeken aan de families voelde ik hun emoties. Vooral de moeders waren erg verdrietig en barstten vaak in huilen uit. Vaders waren over het algemeen boos of gefrustreerd. Bij de ouders leefde dé grote vraag waarom hun kind was vertrokken om zich aan te sluiten bij IS. Het Jihadisme was iets dat volgens hen niks met de Islam te maken had en stond lijnrecht tegenover de normen en waarden die ze hun kind hadden meegegeven. Ik merkte dat machteloosheid, verdriet en onzekerheid overheersten bij deze families.

Radicaliserende kinderen

Hadden de ouders dan helemaal niks door?

Als wij aan de ouders vroegen of ze hun kind hadden zien veranderen, of ze doorhadden dat hij of zij radicaliseerde of met wie er werd omgegaan, antwoordden ze vaak dat hun kind de laatste tijd meer met het geloof bezig was. Of dat de moskee bijvoorbeeld vaker werd bezocht. Maar meer was hen niet opgevallen. De familieleden hadden het niet zien aankomen. Dit terwijl het proces van radicaliseren vlak onder hun neus plaatsvond.

Ik vroeg mij af hoe het kon dat je eigen – thuiswonende kind – radicaliseert en vervolgens vertrekt naar een gebied waar oorlog is. Zonder dat je als ouder ook maar iets in de gaten hebt.

Toen ik er langer over nadacht, besefte ik dat adolescenten die aan het puberen zijn en op zoek zijn naar hun identiteit en los willen komen van hun ouders, niet constant in de gaten gehouden kunnen worden. Als ouder heb je weinig zicht op de omgang met anderen en met welk extreem gedachtengoed ze in aanraking komen. Welk geloof je als familie ook aanhangt en wat je als ouders aan je kinderen meegeeft aan normen en waarden, ze gaan zich op een gegeven moment toch losweken en een eigen identiteit ontwikkelen. Wanneer ze in deze kwetsbare periode bijvoorbeeld in aanraking komen met ‘verkeerde’ personen waar ze tegenop kijken kan dit blijkbaar leiden tot een uitreis naar een strijdgebied.

Ik heb tijdens mijn bezoeken aan familieleden van uitgereisden ervaren en een beetje kunnen voelen hoeveel verdriet en pijn het bij hen teweegbrengt. Je zoon of dochter die je hebt zien opgroeien en groot hebt gebracht die vervolgens deze (onomkeerbare) beslissing neemt…. Het zou je kind maar zijn….

Auteur: Karin Bauwhuis (pseudoniem)

Volgende maand weer een nieuw waargebeurd verhaal van een politieagent(e) uit het werkveld. Wilt u onze blog blijven volgen? Meld u dan aan op Facebook, twitter of voor de nieuwsbrief. Meer over dit onderwerp vindt u in de Kennisbank Stapel en de Koning.