Van hulpverlenen naar vechten

Op een ochtend in januari 2015 rijden mijn collega en ik in een onopvallende dienstauto op de A13 in de richting van Breda. Op het moment dat we op het viaduct rijden bij het knooppunt Kleinpolderplein in Rotterdam horen we achter ons een harde knal. Enkele seconden later schreeuwt mijn collega: ‘remmen!’. Ik zie vervolgens een zilvergrijze Audi sedan met een hoge snelheid voor ons langs schieten waarbij het dienstvoertuig licht wordt geschampt. Ik ga vol op de rem staan en we komen op ongeveer 10 meter van de Audi tot stilstand, die op dat moment tegen het talud aan de linkerkant tot stilstand is gekomen. Overal op het wegdek naast ons zie ik puin liggen en wanneer ik omkijk zie ik dat er vier auto’s zwaar beschadigd zijn.

Geen seconde twijfel

Ik zet de motor uit en mijn collega en ik twijfelen geen moment en stappen de auto uit om hulp te verlenen aan de bestuurder van de Audi. We rennen richting de auto en ik zie dat er rook uit de motor komt en dat de Audi zwaar beschadigd is. Omdat de bestuurderskant niet bereikbaar is vanwege het talud waar de Audi tegenaan staat, kunnen wij de bestuurder alleen bereiken aan de passagierskant. Mijn collega opent de deur en vraagt aan de bestuurder of het goed gaat. Ik zie dat de airbag is opgeblazen. Ook zie ik meteen dat de bestuurder heel vreemd uit zijn ogen kijkt. In eerste instantie denk ik dat hij is aangedaan door het ongeluk, maar vrij snel lijkt het erop dat er iets anders met hem aan de hand is.

Snelweg a13

Asbest en dood

De man kijkt strak uit zijn ogen. Daarbij maakt hij sissende geluiden en roept hij ‘asbest’ en ‘dood aan jullie’. Mijn collega probeert hem te kalmeren door uit te leggen wat er is gebeurd. Hierbij reikt ze hem een hand toe om hem uit de auto te helpen. Op dat moment wordt de man erg agressief en begint hij aan de arm van mijn collega te trekken. Er ontstaat een handgemeen, waarbij mijn collega half de auto in wordt getrokken. Ik voel mij op dat moment machteloos omdat ik mijn collega niet te hulp kan schieten omdat ik er niet bij kan. Mijn collega weet zich na een aantal lange seconden gelukkig los te trekken.

Drank, drugs of psychose?

We rennen terug en gaan achter het dienstvoertuig staan om even afstand te creëren en de situatie te overzien. Ik besef mij dat we van het ene op het andere moment in een bizarre situatie zijn beland. Er is duidelijk iets aan de hand met deze man. Het lijkt erop dat hij onder invloed is van drank/drugs óf dat hij een psychose heeft. Veel tijd om de situatie te overdenken hebben we niet, want al snel zie ik de man aan de passagierskant uit de auto stappen. Ik zie dat hij in allebei zijn handen een voorwerp heeft. In de ene hand heeft hij een plat zilverkleurig vierkant voorwerp en in zijn andere hand heeft hij iets dat lijkt op een hakbijl. Mijn hartslag schiet nog verder omhoog en de adrenaline giert door mijn lijf. Is dit nou het moment dat ik mijn wapen moet trekken? Ik heb op dat moment geen pepperspray voorhanden…

Een stuurslot en een laptop

De man loopt onze richting op. In een split-second besluit ik de man iets tegemoet te lopen. Ik zie op dat moment dat hij geen hakbijl in zijn hand heeft maar een stuurslot. Ik roep naar de man dat wij van de politie zijn, maar dit lijkt totaal niet tot hem door te dringen. Hij blijft doorlopen in de richting van onze auto met het stuurslot en (bleek later) een laptop in zijn hand. Ik trek mij terug en ga bij mijn collega staan. We zien dat de man in ons dienstvoertuig stapt aan de bestuurderskant. Mijn collega twijfelt geen seconde en rent naar hem toe. Ik besef mij op dat moment dat ik bij het verlaten van de auto gelukkig de sleutels uit het contact heb gehaald, wat mijn collega niet wist op dat moment. Er ontstaat een worsteling met de man en ik zie dat mijn collega hem niet aankan in haar eentje. Ondanks dat de man mager en niet lang is, is hij erg sterk. Ik probeer te helpen maar ook mij lukt het niet om vat op hem te krijgen. Ik roep omstanders om hulp en gelukkig worden we snel geholpen door drie (mannelijk) betrokkenen van het verkeersongeluk. Ze werken hem naar de grond en gaan letterlijk op hem zitten. Inmiddels weten de omstanders dat wij politieambtenaren zijn en dat de man is aangehouden. De man wordt uiteindelijk afgevoerd naar het ziekenhuis om onderzocht te worden. Wij worden opgevangen door collega’s van de politie en door het ambulancepersoneel nagekeken. Naast een bloedneus en een gescheurde jas van mijn collega mankeren we verder lichamelijk niks. Wel zijn we emotioneel erg aangeslagen, wat we eigenlijk pas merkten toen alles voorbij was. De rechtszaak heeft inmiddels plaatsgevonden. In mijn volgende blog vertel ik het verhaal van de man en over hoe de rechtszaak is verlopen……

Lees hier het vervolg
Auteur: Karin Bauwhuis (pseudoniem)

Volgende maand weer een nieuw waargebeurd verhaal van een politieagent(e) uit het werkveld. Wilt u onze blog blijven volgen? Meld u dan aan op Facebook, Twitter of voor de nieuwsbrief. Meer over dit onderwerp vindt u in de Kennisbank Stapel en de Koning.