Babylonische spraakverwarring?

Politiewerk is complex. Je komt in veel verschillende situaties terecht en moet elke keer maar weer zien wat je aantreft. Zo ging het ook bij mijn maatje en mij.

Melding: iemand onder de trein

Het was een late dienst die begon net als andere late diensten. Na de briefing de voertuigindeling en met je maatje op pad. Op enig moment kregen wij de melding of we naar het station wilde gaan in Den Dolder. Hmmmm, station Den Dolder, wij wisten al dat dit vaak geen goed teken is. Er zou iemand onder de trein zijn gekomen en of wij met een prio 1 die kant op wilden. Dat wilden we en terwijl wij met spoed onderweg waren, kregen we van de meldkamer de aanvullende informatie dat die persoon vermoedelijk overleden was. Ai…toch altijd weer akelig zoiets. Eenmaal ter plaatse probeerde ik overzicht te krijgen en nam even twee tellen om het perron en de omgeving te scannen. Het was druk en ik zag dat er een soort tumult gaande was. Ik keek nog eens rond en zag toen wie ik moest hebben. Ik zag een man staan die mijn kant op keek met een bepaalde blik. Ik denk dat de meeste collega’s dit gevoel wel kennen. Je ziet en voelt gewoon wie je wat te vertellen heeft. Ik liep er dus heen en op het moment dat ik bij mijn getuige was, zag ik hem met zijn hand in een bepaalde richting wijzen. Ik hoorde hem enigszins verbaasd zeggen “hij rende net die kant op”. Ehhh, pardon? Er lag toch iemand onder de trein? Ik ging met de man in gesprek en wat was nou het geval? Hij stond op de trein te wachten en zag een vreemd figuur aan komen lopen. Vervolgens zag hij die man op het spoor springen en tussen de rails gaan liggen. Binnen enkele seconden kwam de intercity langs en reed over de man heen. Met dat de trein over hem heen was gereden, zag mijn getuige dat de man weer opstond en het perron op klom. Hij had met enkele andere omstanders nog getracht de man beet te pakken om hem, geschrokken als ze waren, te vragen waar hij in hemelsnaam mee bezig was. De man had zich echter losgerukt en was weggerend. Hoe bizar kan het gaan? Gelet op de omschrijving van de man en de locatie kregen mijn collega en ik het idee dat de man thuis hoorde op de vlakbij gelegen instelling voor psychiatrie en verslaving. Na een zoekslag in de buurt hebben wij de man nooit meer aangetroffen.

Treinstation

Theorie en praktijk

Zoals ik al zei, politiewerk is complex. Maar het is niet zo dat je altijd maar op het laatst beslissingen moet maken en dat er geen algemeen geldende principes zouden zijn omdat elke situatie anders is. Dit wordt ook wel het zgn. ‘split second syndroom’ genoemd. Overigens zijn de onderzoeken hierover veelal gericht op de politiële aanpak van lastige, potentieel gevaarlijke conflictsituaties. Maar waar het om gaat, is een stukje voorbereiding wat je als politieman of -vrouw aanrijdend naar een melding al kunt doen. Ik denk dat de meeste collega’s de Doel Aanpak Analyse (DAA) wel kennen. Van tevoren vraag je jezelf af;

1) Wat wil ik?
2) Wat mag ik?
3) Wat kan ik?
4) Wat doe ik?

Hierbij vraag je je ook af wat de risico’s zijn. Daarnaast probeer je wat scenario’s te bedenken waarin je terecht zou kunnen komen. Goede voorbereiding en bedachte scenario’s of niet, dit scenario hadden wij dus never nooit bedacht. Pas veel later vroegen we ons af of wij de aanvullende melding dat de persoon vermoedelijk was overleden wel goed hadden gehoord. Was hij niet ‘overreden’?

Meer informatie over hoe u zich kunt voorbereiden op het handelen bij een plaats delict vind u in de Kennisbank van Stapel & De Koning

Volgende maand weer een nieuw waargebeurd verhaal van een politieagent(e) uit het werkveld. Wilt u onze blog blijven volgen? Meld u dan aan op Facebook, twitter of voor de nieuwsbrief. Meer relevante content over dit onderwerp vindt u in de Kennisbank Stapel en de Koning.